Aanvoelen
F O T O Z A A K
1
Mijn buurman is een verdienstelijke schrijver van haiku’s, veel van zijn teksten zijn geïnspireerd door Nietzsche.
Na de dood van God
Zijn wij erfgenamen
Van een zware last
De haiku’s heeft hij van beelden voorzien met ChatGPT. Hij doet het voor zijn plezier, zegt hij steeds, alsof hij zich verexcuseert. De beelden kenmerken zich door lange schaduwen, een boomtak in tegenlicht, alleenstaande figuren en vooral veel laaghangende mist. Hij is trots op zijn ‘foto’s’ en kan zich prompteur noemen, iemand die prompts (taalcommando’s) geeft. Zíj́n opdracht is het uitgangspunt voor het beeld.
Een fotograaf (letterlijk: schrijver met licht) is hij niet, ik heb hem nog nooit met een fototoestel gezien. Toch zegt hij steeds ‘mijn foto’s’.
In de haiku’s herken ik mijn buurman, de teksten zijn persoonlijk en daardoor voor mij van betekenis. Hij leest ze voor, het timbre van zijn stem hoor ik graag.
Maar tijdens de overgang van taal naar beeld lijkt het persoonlijke verdwenen. In een aantal gevallen ontkracht het beeld de waarde van de tekst. Bovendien, er schuurt niets, alles is volmaakt, perfect. Maar juist de imperfectie, die het menselijk maakt, ontbreekt.
Ik herinner me een cameraman met een kleine digitale camera, tevens statief.
‘Een intelligente camera,’ zo noemde hij dat. We gingen opnames maken bij de kustlijn in Kijkduin en dronken vooraf een cappuccino in een strandtent.
Hij pakte de camera.
‘Ik probeer een pan uit’, zei hij. ‘Ik stel de snelheid van de pan in, (pan = panoramashot) dan hoef ik straks, als we bij zee staan, alleen maar op die knop te drukken en verder niets te doen.’
‘Ja, zo is die goed,’ mompelde hij even later vanuit zijn stoel en legde de camera op het tafeltje naast de kop cappuccino.
De fysieke ervaring van het maken van de pan ontbrak. Het met je lichaam kiezen voor het tempo van de beweging en het letterlijk aanvoelen wat goed is, – wat je wilt uitdrukken, of je moet vertragen of versnellen – bleef afwezig.
Een constatering van iemand die terugverlangt naar het analoge tijdperk? En hoe zit dat met film, is die cameraman op het strand regel of uitzondering?
Ik moet me nergens druk over maken, de jongens en meisjes van BigTech zeggen dat alles steeds maar beter wordt.
Bestaat het storyboard nog, de tekenaar met potlood en papier, is dat nog steeds een vak apart? Tekenaars die alles van filmtaal weten, hoe je de emotie van gezichten leest en waar het zwaartepunt van een scene ligt. De storyboard-tekenaar is de eerste vertaler van het geschreven verhaal naar het beeld. Al tekenend ontstaan er steeds weer nieuwe versies, je neemt de tijd en het verhaal ontwikkelt zich. Maar hoe zit dat met de nieuwe generatie filmmakers?
Nu kan je achter de pc alles digitaal laten kantelen, dwarsdoorsnedes in 3D tonen, de voorgevel van een huis een buiging laten maken, oneindig veel mogelijkheden. Je maakt een prompt, je drukt op een knop en het storyboard rolt uit de computer. Goedkoper en sneller kan het niet, ik hoor het de filmproducent zeggen.
Wat een armoede
Wel materie geen geest
Een heilloze weg,
schreef mijn buurman.
2
‘Het tekenen van de gezichten van mijn vrienden binnen een paar rechthoekige kaders inspireerde mij,’ zei filmmaker Wes Anderson (56). ‘Mijn vrienden waren fictie geworden, ik ging al tekenend spelen met hun karakters. Mijn eerste storyboard ervaring.’
De uitdrukking op een gezicht, hoe primitief dat ook getekend is, de beweging van het hoofd suggereren door een pijltje aan het hoofd te ‘plakken’, dat kan allemaal met tekenen, met je handen voelt dat beter aan.
Anderson heeft het analoge in zijn vingers, speelt daarmee, bouwt complete maquettes van fictieve locaties, reusachtig precies. Je ruikt de geur van Velpon. De eerste film was een kijkdoos, zou hij kunnen zeggen. Voordat hij een scene gaat opnemen is die al getekend met potlood op papier of in elkaar geknutseld met lijm, karton en stanleymes.
In de korte film The Swan (2023) kijken we door een verrekijker naar een scene. In het eerste beeld zien we dat die verrekijker met de handen is gemaakt, een houten raamwerk met bordkarton daarop, waaruit cirkels zijn geknipt. Je kijkt door ronde gaten – de illusie van een verrekijker – naar een scene en je ziet in de verte een jongen spelen tussen de bomen. Fictie in fictie. Veel films van Anderson lijken handgemaakte verhalen als in een leporello prentenboek of een bewegend decor van een theater waarin de acteurs hun plek kwijt zijn.
De Franse filosoof Merleau-Ponty betoogt dat het lichaam een cruciaal onderdeel is van het waarnemingsproces, ‘dat elk lijntje dat een kunstenaar trekt, een tastbare expressie is van hoe de kunstenaar zich tot de wereld verhoudt. De houding die we innemen tijdens het tekenen, de manier waarop de hand beweegt, het drukpunt van het potlood op het papier. […] Het tekenen is een manier om de complexe relatie tussen lichaam, zintuigen en wereld te onderzoeken en uit te drukken.’
Elke emotie ontstaat in je lichaam, is in de kern fysiek. Aanvoelen, een aanraking voelen, (aan)geraakt zijn.
Ik zie de camera naast de kop cappuccino weer voor me, herinner me een tekst van filosoof/muzikant Victor Wentink (1948-2020), hij was in al zijn projecten bezig met de relatie tussen mens, techniek en kunst.
‘Als ik denk aan de toekomst van de mensheid zie ik alleen maar hoofden op planken, meer niet,’ zei hij eind jaren ’80. Hij schetste het beeld van immense ruimtes met planken aan de muur en daarop hoofden, kilometers hoofden.
Alleen een hoofd, meer zou niet nodig zijn, de evolutie heeft zijn werk gedaan. Alle fysieke, zintuigelijke ervaringen spelen zich af in het hoofd. Je kan door een bos lopen, de tinteling van je huid voelen, maar die ervaring is virtueel, je veinst lichamelijkheid en de daarbij horende emotie. Je bent niet meer dan een hoofd, zei Wentink, je lichaam is een illusie terwijl je er zeker van bent dat je het hebt. Alles wat je meemaakt is onecht, je bent letterlijk ont-menselijkt zonder dat je het beseft.
Schrijven kunnen ze niet meer, maar vertellen die hoofden nog verhalen en maken ze nog muziek? vroeg Wentink zich af.
Na de uitvinding van de boekdrukkunst was er een vergelijkbare vraag: nu alle woorden gedrukt kunnen worden, wie vertelt ons dan nog verhalen?
Ingrijpende technologische veranderingen leiden tot onzekerheid. Bij de eerste film (1895), L’Arrivée d’un train en gare de La Ciotat renden de Parijzenaars de ‘bioscoop’ uit, omdat ze dachten dat er echt een trein de zaal inreed.
Ook nu is er angst maar dan vanwege de gevolgen van AI, dat het verschil tussen een door mensen geschreven tekst en een verhaal van ChatGPT niet zomaar te ontdekken valt. Je leest van die gladgetrokken teksten – letterlijk oppervlakkig – en denkt soms ‘hé, wat een goed inzicht’ en tegelijkertijd ben je er beducht op dat er in diezelfde gladde sfeer de grootste nonsens worden verkocht.
Alle AI teksten zijn onpersoonlijk, gemaakt door hoofden op een plank. Wat betekent het voor een kind dat de opdracht krijgt een opstel te schrijven? Een prompt maken? Een druk op de knop, je vinger opsteken en ‘meester ik ben klaar’ roepen?
3
‘Ik ben ervan overtuigd dat leren schrijven in deze tijd gaat betekenen: leren je menselijke stem te vinden,’ zegt Marc van Oostendorp, hoogleraar Nederlands. ‘Dat er in de ándere genres wat dat betreft nog wel wat te halen is. Dat authenticiteit een heel belangrijke factor wordt in ons schriftelijke verkeer – dat mensen eigenlijk alleen nog dingen willen lezen die door mensen geschreven zijn.[…] Dat stukken waarin iemands eigen stem doorklinkt de enige zijn die nog de moeite waard zijn om te lezen. En die stukken liggen volgens mij nog echt buiten het bereik van de grotetaalmodellen. Hoe leer je anderen een eigen stem te vinden? Ik denk dat ik dat tot nu toe te veel heb verwaarloosd. Ik denk ook dat het een cruciale vaardigheid wordt voor iedere menselijke schrijver.’
‘Authenticiteit’, een woord om voorzichtig mee te zijn – pas op dat het niet slijt – net als met ‘originaliteit’. Wellicht moeten we die begrippen in deze tijd van AI opnieuw definiëren.
Van Andersons films zijn al vele AI-imitaties en parodieën gemaakt, er is zelfs een Wes Anderson Style Generator en een handel in Anderson-prompts. Anderson is daar verbaasd over: ‘Maar dit gaat toch niet over mijn films?’
Het fysieke, het handschrift, de wijze waarop iemand schrijft/filmt, de uniciteit daarvan blijft bij al die imitaties buiten beeld. Alsof het handschrift zich beperkt tot mooie plaatjes, de perfecte oppervlakkigheid.
Anderson wil juist die oppervlakkigheid onderzoeken, verdiepen, door het proces van het maken zelf te tonen. Het handwerk is altijd zichtbaar in zijn films, als een tweede laag die een eigen verhaal vertelt – het is niet echt wat hier gebeurt – en daarmee wat je ziet relativeert. In de kern gaan zijn werken over ironie.
‘Ironie voegt betekenis toe,’ schrijft Steven Zwicker, literatuurwetenschapper, ‘door ironie kunnen uiteenlopende verhalen tevoorschijn komen uit één narratief, oftewel: met ironie kun je meerdere gezichtspunten in één uiting stoppen. Je kunt een punt maken en dat tegelijkertijd een beetje aan het wankelen brengen.’ En dat is precies wat Wes Anderson doet.
Ironie is voor AI een onbegaanbaar terrein, denk ik, het is menselijk.
‘Alles in Andersons films is geconstrueerd en verwijst naar iets anders. Maar het ontleent authenticiteit aan het feit dat alles echt en handgemaakt is.’
Authenticiteit, daar is het weer. Handgemaakt, een persoonlijk handschrift.
Fotograaf Sarah van Rij knipt in haar foto’s, ze vindt het digitale proces ‘gewoon niet leuk. Ik hou van tastbaarheid, van werk waar er maar één van is, net als een schilderij.’
Hoe heette dat vak op school, het was ooit verplicht. Handvaardigheid (wat een mooi woord) later handenarbeid, beeldende vorming, ‘het terrein van de zintuiglijke fysieke ervaringen,’ zei Merleau-Ponty.
‘Ik ben ervan overtuigd dat leren schrijven in deze tijd gaat betekenen: leren je menselijke stem te vinden,’ zegt Marc van Oostendorp hierboven.
Maar wanneer gebruik je jouw menselijke ‘stem’? Hoe leer je die kennen?
Door tijd te nemen. Er is tijd nodig om de ervaring van het maken te verwerken. En natuurlijk vertrouwen op je intuïtie, durf hebben, het falen uitlokken. Geduld. Je hersens gebruiken. Maar ook vastlopen, dit-is-klote mompelen. Het beeld van de overvolle prullenbak, een trap ertegen. Onze imperfectie maakt wie we zijn.
The Wes Anderson Collection – Matt Zoller Seitz – Abrams, New York (2013)
Neerlandistiek, online tijdschrift voor taal- en letterkunde – Marc van Oostendorp (2025)
Trouw – Wes Anderson en Roald Dahl zijn een perfecte Match – Jasper Knegt (2023)
NRC – Mijn behaagzieke lifecoach ChatGPT – Christiaan Weijts (2025)
Elwira.nl/filosofie – Tekenen als zintuiglijke dialoog: Maurice Merleau-Ponty en de filosofie van perceptie – Elwira van Pijkeren (2024)
Onze taal, tijdschrift – Hoe ironie ware dingen waarder maakt – Lotte Wijbrands
De foto’s van Sarah van Rij zag ik in de Deichtorhallen, internationale kunst und fotografie, Hamburg (december 2025).
Van de tekst over de hoofden op een plank is een prompt gemaakt voor ChatGPT, het beeld dat ontstond is afgedrukt op papier en dat is weer gefotografeerd. Op die foto zijn de gezichten geanonimiseerd met viltstift en/of stroken papier. Vervolgens is de foto verscheurd. De verscheurde stukken zijn bij elkaar gelegd en daarvan is weer een foto gemaakt.
Hans Muiderman
Tijdens het festival Winternachten/Writers Unlimited 2013 werd zijn debuutroman Souvenir Utopia gepresenteerd. Daarna verschenen Ik ben hier geboren (2014, korte verhalen) en Hank & Heinrich (2016, roman). Muiderman is een herinneringen-onderzoeker, in al zijn verhalen onderzoekt hij hoe herinneringen werken, hoe vals en vervormd ze zijn. Dat doet hij ook in zijn reisverhalen Als al het andere voorbij is (2015) en HANZE! daar waar de reis naar toe gaat (2018). Zijn novelle De lunchroom verscheen in 2021 bij uitgeverij In de Knipscheer. Hij is als schrijver/redacteur nauw betrokken bij verscheidene literaire initiatieven en medeoprichter van het literaire tijdschrift/platform Elders.



@ Els Kort