Elders bespreekt
De oosthoek van de Melkweg
Han Leeferink
B O E K B E S P R E K I N G
Han Leeferink, De oosthoek van de Melkweg
2025, Uitgeverij Nachtwind, 306 blz., € 24,50
In 2024 was Han Leeferink met beeldend kunstenaar Puck Willaarts verantwoordelijk voor Zwerfdagboek (op de site van Elders literair besproken door Felix Monter), een mengvorm van natuurbeschrijvingen, gedichten, filosofische bespiegelingen, tekeningen en foto’s. Vorig jaar kwam Leeferink met zijn romandebuut: De oosthoek van de Melkweg. Ook nu een mengvorm. Deels is het boek een gewone roman over drie personen (Axl en Lisa, broer en zus, en Tomas), met in het verhaal gevlochten spirituele, filosofische, astronomische en religieuze beschouwingen. Daarnaast bestaat het boek uit een 118 pagina’s vullende verzameling dagboek- en andere aantekeningen van romanpersonage Axl.
Het is in wezen een roman die werkelijkheid mengt met mysterie en God, en daardoor doet denken aan De komst van Joachim Stiller (1960) van de Belgische schrijver Hubert Lampo. Je zou De oosthoek van de Melkweg dan ook een magisch-realistische roman kunnen noemen. Realistisch zijn de gedetailleerde beschrijvingen van Noordwest-Groningen (de provincie) en Arnhem (stad en buitengebied), de belevenissen van Axl en Lisa thuis en op school (rond 1990), de beginnende toneelcarrière van Lisa en het perspectief van Tomas, een wat oudere ex-student (naar schatting rond de 30) die zich dankzij een erfenis kan wijden aan lezen en schrijven. Magisch is hoe Lisa zich regelmatig voordoet sinds ze in het leven van Tomas is gekomen. Ze stelt het op prijs hem met ‘u’ aan te spreken. Ze bezoekt een medium. Ze verdwijnt uit het leven van Tomas, komt dan plotseling weer terug, trekt bij hem in, verdwijnt opnieuw, om kort daarna zelfmoord te plegen (1996). Er lijkt een relatie te zijn tussen haar zelfmoord en de spoorloze verdwijning van Axl op 16-jarige leeftijd, daags na het behalen van zijn eindexamen, in 1991. Deze Axl is de centrale figuur in de roman. Hij is vroegwijs en hoogbegaafd. De derde klas gymnasium slaat hij moeiteloos over. Behalve met Lisa heeft hij geen contact met leeftijdgenoten. Met de ontluikende seksualiteit weet hij geen raad. Liever verdiept hij zich in boeken over astronomie of gaat hij in zijn eentje de natuur in, overdag maar soms ook ’s nachts. Hij is obsessief op zoek naar stilte. Ook de maan fascineert hem.
Het boek opent min of meer met de begrafenis van Lisa, beschreven vanuit het perspectief van Tomas. De dienst wordt minutieus verslagen, inclusief de toespraak van de man die Lisa ontdekte als uniek toneeltalent. Dat verslag wordt knap afgewisseld met een terugblik van Tomas op zijn bijzondere, zes maanden durende vriendschap met Lisa. Aan het slot van de begrafenis overhandigt de moeder van Lisa en Axl een koffertje aan Tomas. Hierin zitten dagboeken en andere aantekeningen van Axl. Fragment:
‘Nog voor hij Hélène Tol had kunnen condoleren, noemde ze zijn naam. “Tomas, u moet Tomas zijn.’ Ze nam zijn handen in de hare. Ze had koude vingers, maar de binnenkant van haar handen voelde warm aan. “Ik ben verschrikkelijk blij dat u gekomen bent. Lisa heeft de laatste maanden zoveel steun aan u gehad.”’
(…)
“Dit moest ik u van Lisa geven., u zou er wel raad mee weten.” Ze reikte hem het koffertje aan. Vervolgens haalde ze een envelop uit haar jaszak. “Ook die is voor u.”
Tomas trekt zich daarna terug in een kleine woning in de noordwesthoek van Groningen, waar hij de enorme hoeveelheid geschriften van Axl doorleest en ordent. Hij neemt die tijd omdat het hem zicht biedt op Lisa. Maar ook omdat hij Axls zoektocht naar de stilte in de natuur deelt. Lezen wisselt Tomas af met flinke wandelingen vanuit zijn huisje. Mooie natuurbeschrijvingen. Citaat: ‘De kou kroop vanuit de slenken omhoog, klauwde zich vast aan het zeekraal en breidde zich van daaraf uit over de kust. De kwelder lag als versteend onder een grauwbewolkte hemel waar een laatste beetje licht doorheen schemerde. Tomas stond op de dijk achter het huis en keek uit over de Waddenzee. Boven hem vloog een groep ganzen over, in de richting van Schiermonnikoog.’
Aan het slot van deze periode raakt Tomas in een diep gesprek met de pastoor van Kloosterburen, een rooms-katholieke enclave in de provincie Groningen. Aanleiding voor het gesprek is dat Tomas als kleine jongen een aangespoelde walvis in de Waddenzee zag en later ontdekt dat er geen enkele bron is die over een aangespoelde walvis rept. Was die walvis werkelijkheid of fantasie? De pastoor ontvouwt hem zijn theorieën over Leviathan, het zeemonster uit het Oude Testament.
Literatuur is voor de drie hoofdpersonen belangrijk. Lisa leest Shakespeare, Tsjechov, Dickens (het onvoltooid gebleven The Mystery of Edwin Drood) en Emily Dickinson, en is, evenals Tomas, onder de indruk van De tuin van de Fitzi-Contini’s van de Italiaanse schrijver Giorgio Bassani en van de romans van Patrick Modiano. Axl sluit zich de helft van de tijd op achter boeken over astrologie en religie, maar leest ook John Milton (Paradise Lost).
Een goed geschreven en qua inhoud boeiend en tot nadenken stemmend boek.
Hein van der Hoeven




