Noodsignalen
De grond niet raken, de reis plannen die je nooit
zal maken. Wat er gebeurt wanneer men lichaam en
toestel verwart. Een kluwen.
Dan maar tot nest vervellen. Buiten blijven staan
en wachten tot een vogel komt neergestreken.
In elke uitgestelde vlucht een aanknopingspunt zien.
De stad weer in beweging horen komen –
metalen honden grommen door winkelstraten
spechten hameren en drummen op riolen, in de verte
verslikt een sirene zich in het doorgaand verkeer.
Tussentijd
Dit is een ritueel zonder toeschouwers.
Vingers wrijven water in de ogen, de huid
maant aan tot stilte. Er valt niets te verwachten.
Het middenrif zorgt voor een beweging op en neer.
Ook van zijn adem kan een mens worden verlost.
Lang geleden dat er iemand doodging, denk je.
Je ziet de gezichten voor je van wie gebleven is.
Er zit vertraging op hun leeftijd. Zij geloven nog
in heuvels en vergezichten, waslijnen die strak
moeten gespannen om de wind het hoofd te bieden.
In aureolen om het hoofd van wie goed doet voor een ander.
Ik geloof in het woord dat voor god speelt en verdrinkt.
In longen die zich vullen met een zee waarin je nooit
thuis kan komen. Een verleden dat je op de hielen zit.
Niets drijft makkelijker weg dan de belofte van een houvast.
Weerklank
Tot aan haar hals staat ze in het water, oefent
stemgeluiden die het lijf tot leven wekken, afstand
kunnen afleggen tot een nabijgelegen oever.
Daar is niemand om naartoe te zwemmen.
Geen uitbundig zwaaien dat verwelkomt.
Niets dat op een rots lijkt die begrijpt
hoe zij elk drijfhout van zich afduwt
om zichzelf te redden.
Edward Hoornaert


@ Els Kort


