ERUPTIE
Und jedem Anfang wohnt ein Zauber inne
(Herman Hesse, ‘Stufen’)
1
In het hart van deze aarde brandt een zon.
Een ‘ik’ sluimert in diepten nog – amorf, vermomd
als ongeboren energie of als magnetisch veld. Onvast
betreedt het schollen, moederplaten waar het zwart
zichzelf onmetelijk herhaalt. Ik houd me slapend
als een massa die slechts dromen ondergaat.
2
Bevrijd van de solaire hitte baan ik me een weg
door gloeiend ijzer, nikkel – surf op magmastelsels
over subterrane zeeën en het vloeibaar zenuwweefsel
van de buitenkern omhoog. Als dolend embryo
reik ik voorbij mijn minerale nietigheden
naar een concreter, vast organisch heden.
3
Ik doorkruis cavernes, hoor de echo van een hemel
uit een lang vergeten proto-tijd, zie beenderen van geesten
uitgestorven op de grens van toen en eens en trilobieten
als beddingen voor bodemloze steenrivieren
met een buitenaards genoom: meteorieten
zwavelschillen en saffieren – malachiet.
4
Steeds scherper wordt mijn vorm, omlijnd
door einders rond mijn silhouet. Nog gorgelt weids
een oerkloof als een nimbus van graniet. Ik boor mijn pad
door dwarse schachten naar een gaard vol diamanten,
glimrefreinen van robijnen en de doffe glans
op het ivoor van een gevallen mammoetras.
5
De aardkorst zucht, van onderaf raak ik haar bodem aan
en tast naar resten van ontluikende beschaving, klopsignalen
ratelen humane namen, hun tektoniek wordt akoestiek.
Hadesklanken sluiten zich aaneen tot een ritmiek
voor soundtracks rondom mummies en fossielen.
Losgelaten word ik – homo sapiens en ademdier.
6
Als tekens, op een ondergrondse landkaart ingericht,
versmelten damp en plasma tot het heilzaam bottenwit
van wortels, stronken, wormen. Ik verbreek het zegel van de korst
en word geboren. De heelheid van de lucht omvademt mij
met een gespannen kristallijnen licht dat mij geleidt,
mijn ogen opent en mijn wereldse gestalte wijdt.
7
Zie hier mijn wezen, gecodeerd als post-foetaal.
Mijn incarnatie is tot tere hominide opgeschaald.
Dit is wat leven zocht – bezonken niemandsbron
waaruit de kiemcel van een menselijke ‘ik’ ontsprong.
Nog volgt mijn omloop de bezielde puls der aarde
bewandel ik het luisterrijke lichaam dat mij baarde.
Plechtstatig verwoorde beschouwingen over het zelf en het leven; niet heel poëtisch
Jan Paul Rosenberg
Foto: Els Kort


@ Els kort

@ Els Kort