Gestrikt
Kort verhaal
De laatste keer dat ik hem zag was op kerstnacht 1985. Ik zag zijn lange blauwe wintermantel verdwijnen langs mijn tante Isadora’s achterdeur, de stille nacht in. Ik had achter hem aan kunnen rennen, maar op dat moment lag tante Isadora te stikken op het tapijt.
Nonkel Roger hing over haar stuiptrekkende lichaam heen gebogen. Hij klopte op haar rug, schudde haar dooreen, schreeuwde dat horen en zien verging. Versteend keek ik naar mijn bord waarop nog een half afgekloven konijnenpoot lag. Het bord van mijn verdwenen lief recht tegenover me was leeg, tot het laatste restje saus schoongeboend met brood. Het kon zo weer in de kast. Mijn blik vermeed de drie loden kogeltjes die tussen onze borden inlagen.
Op het tapijt werden weinig vorderingen gemaakt met tante Isadora. Ze bewoog niet meer. Iemand holde naar de telefoon.
Tot enkele minuten ervoor was alles geheel normaal verlopen. De hele avond had tante Isadora naar iedereen uitgehaald, giftig en meedogenloos, zoals we dat van haar gewoon waren.
‘Op het gevoel? Moderne kunst smaken is een kwestie van kennis. Jullie kunnen dat niet verstaan,’ had ze verklaard, achteruit leunend en nippend van haar port van twintig jaar oud.
Toen het gesprek op de Spaanse burgeroorlog was gekomen, had ze nonkel Victoor de Spectrum Encyclopedie doen bovenhalen om het pleit in haar voordeel te beslechten, maar nog voor iemand de bron had kunnen controleren had ze het boek dichtgeklapt.
‘Zie je wel!’
Vlak daarna had de Vlaamse kwestie zich uit de aanvankelijk onschuldige politieke discussie naar voor gewrongen. Als een bende stekelvarkens voor een bumper had iedereen rond de tafel zijn kop in zijn kas getrokken en het op een stilzwijgend vreten gezet. Maken dat je mond vol blijft, niets zeggen.
‘Hoe zijn de zelfgemaakte kroketten?’ had tante Isadora ten slotte aan mijn moeder gevraagd.
Mijn moeder had enthousiast geknikt met haar volle mond en was er ook in geslaagd een piepgeluidje voort te brengen dat van ergens heel diep in haar keel kwam. Ik voelde het prangende belang ervan. We klampten ons er allemaal aan vast. Misschien zou de Vlaamse kwestie overwaaien dit jaar. Verslik je niet mam, dacht ik, maar uiteindelijk had ze alles netjes doorgeslikt.
‘En het konijn?’ was tante Isadora doorgegaan.
‘Heerlijk Isa, echt,’ had mijn moeder naar adem happend geantwoord.
Zelfvoldaan had tante Isadora de tafel rondgekeken en haar zuinige mond afgeveegd met haar gesteven servet.
‘Het is gestrikt, niet geschoten,’ had ze verklaard.
Het was net op dat ogenblik dat ik een luid gekraak van ergens heel dichtbij had opgevangen. Verbaasd had mijn lief een kogeltje uit zijn mond tevoorschijn gehaald en even later een stukje tand. Ik had ook enkele kogels in mijn mond gevoeld en op het hagelwitte tafellaken gedeponeerd. We hadden zwijgend ons konijn verder opgegeten, grijnzend naar elkaar en naar de groeiende verzameling kogels tussen zijn bord en het mijne.
Toen was tante Isadora naar de keuken gegaan om meer kroketten te halen. Mijn lief was opgestaan. Hij had zich over de tafel gestrekt naar het zilveren zoutvaatje, maar even had ik zijn hand over het glas van tante Isadora zien zweven.
Nu was hij weg.
Er lagen nog drie kogels voor mijn bord. De andere zaten in tante Isadora’s luchtpijp en ze wilden er maar niet uitkomen.
Kristien De Wolf
Foto: Els Kort


@ Els kort


@ Els Kort